De onzichtbare heerschappij van gedachten
Waarom hebben we het zo moeilijk om onze geest, ons gedachtensysteem, als een actief systeem te zien? Waarom denkt onze geest vrij te zijn, terwijl ze in grote mate geconditioneerd is?
Van jongsaf aan leren we om ons te identificeren met onze gedachten, zaken die over ons worden verteld. We beseffen en begrijpen niet goed hoe en waarom dit gebeurt, waarom we het doen, maar we doen het. Het geeft ons zekerheid, een identiteit, iets waarmee we ons kunnen plaatsen in en vergelijken met de buitenwereld. En de meesten onder ons werken hard aan ons zelfbeeld, en proberen iets te betekenen in onze cultuur. Sommigen proberen de cultuur ietwat te veranderen, en daar blijft het meestal bij. Het onderliggende denkmechanisme werkt onbewust verder.
We zien niet dat wijzelf in hoofdzaak de labeler, de zelf-illusionist, de tweedehandsdenker, de slaaf van onze gedachten zijn. Dat onze gedachten eigenlijk secundair kunnen zijn. We zien niet dat we een speelbal zijn van onze conditionering, onze cultuur, en, wanneer we ernstig in de knoop geraken, vinden we er meestal niets beter op dan te focussen op andere gedachten, een alternatieve, gebruiksklare conditionering aan te nemen die beter bij ons past. De samenleving wordt zelden diep in vraag gesteld, en diegenen die dit toch doen belanden vlug in depressie en nihilisme, terwijl een kleine minderheid optimistisch blijft vechten tegen de bierkaai. Om de zoveel tijd is er een maatschappelijke revolutie, een oppervlakkige herordening van de zaken die als heel belangrijk en zinvol wordt aanzien. Zo blijft de mens eeuw na eeuw aanmodderen.
Het ware pijnpunt ligt dieper: de denker blijft onzichtbaar en blijft “oplossingen” zoeken in het verlengde van wat hij/zij kent. Daarom blijft de geschiedenis zo voorspelbaar en leren we niet uit ons verleden. We veranderen van gedachten, van normen en waarden, we recycleren ideeën, en de denker zelf wordt blindelings meegesleurd in een mix van zin en onzin, en wordt zich zelden bewust van zichzelf.
Een vrije, creatieve geest is mogelijk, indien er bewust wordt geleefd en diep en ver genoeg wordt gekeken.
Conditionering, subtiel denken en realiteit
Q: We moeten een soort creatieve daad stellen om los te komen uit deze conditionering. Nu, waar komt die creatieve daad vandaan? En hoe kunnen we ze ondersteunen?
Bohm: Waar die vandaan moet komen is moeilijk te zeggen, maar ik stel het volgende voor: dat er diepere en diepere niveaus bestaan, subtielere niveaus van dieperliggende, omsloten orde, en dat gedachten zich op een niveau bevinden dat in zijn geheel niet erg subtiel is; maar denken kan veel subtieler zijn omdat denken kan opereren vanuit meer en diepere niveaus, inclusief gedachten. Dus denken kan een onderdeel zijn van perceptie, als het goed gebeurt; anders is het iets mechanisch en geeft het valse perceptie - illusie.
Ik wil het volgende suggereren, enkel om verder na te gaan, dat, op een of andere manier, in deze diepere, subtielere niveaus het denken niet geconditioneerd is door gedachten. Deze geestesniveaus zijn grotendeels onbewust in ons, maar toch maken ze deel uit van onszelf. Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier nog steeds over de persoonlijke geest, op een dieper niveau weliswaar.
Je stelde de vraag of er iets voorbij de persoonlijke geest bestaat, maar misschien kunnen we die vraag uitstellen.
Q: Bedoel je dat er een soort archetypische poel bestaat waar we toegang tot hebben?
Bohm: Wel, het is een soort dieper niveau van omsloten activiteit - zeer subtiel - die intelligent is, en energie en passie bevat.
Q: En die niet gemotiveerd wordt door conditionering, door de groeven van gedachten.
Bohm: Inderdaad. De groeven van gedachten liggen eerder aan de oppervlakte, zie je.
Q: En daardoor wordt de dieperliggende activiteit gefilterd?
Bohm: Ze wordt niet alleen gefilterd door gedachten, ze wordt erdoor teniet gedaan. We zijn ons niet bewust van de diepere activiteit omdat onze gedachtegroeven zo’n immens effecten hebben op ons doen en laten. Wanneer je naar een plaats zoals Reno, Nevada of Las Vegas gaat, waar ze al dat kunstlicht hebben, dan zie je de sterren niet, en dan denk je dat die elektrische lichtjes de hoofdzaak zijn, en dat er geen universum is. (gelach) Dat is toch hoe de mensen ginder zich voelen, nee? (gelach) Dat is hun realiteit. Ze verbergen het universum. Enkel wanneer je het kunstlicht afzet, komt het universum erdoor.
Wat op het eerste zicht heel vaag en onbenullig lijkt, kan in feite iets immens en belangrijk vertegenwoordigen, terwijl wat voorheen overweldigend en superhelder leek niet zoveel voorstelt.
(vrij vertaald uit “Unfolding Meaning” (David Bohm, Routledge, 1985), p. 48-49)
“Geest” & “psyche” vs. “mind”
Nederlands is een lastige taal om iets uiteen te zetten omtrent bewustzijn, zeker ten op zichte van het Engels, de meest simpele en geavanceerde taal ter wereld.
Een generieke, onbeladen term die overeenkomt met het Engelse, hedendaagse “mind” bestaat niet (etymologisch gezien blijft het ambigu). “Geest” komt het dichtstbij, maar dat concept hangt min of meer vast aan “spirit” en het geestelijke.
“Bewustzijn” is te nauw, want “mind” omvat ook onbewuste processen. Men zou van “breinprocessen” kunnen spreken, maar dan opnieuw is dit een reductie - “mind” reikt verder dan dat (connectie lichaam-geest, het collectieve, …).
“Psyche” is wellicht het beste alternatief, ware het niet dat deze term voornamelijk in de psychologie gehanteerd wordt, niet daarbuiten.
Dus houden we het bij “geest” voorlopig, met “psyche” als synoniem. Alle suggesties en betere alternatieven blijven welkom. :)